De kwaliteit van straatwerk hangt vooral af van het zandbed (KNB). Daarvoor gebruik je niet één soort zand, maar een opbouw van grof naar fijn.
De materialen
| Materiaal | Waarvoor |
|---|---|
| Ophoogzand | grover zand voor de basis en om op te hogen |
| Straatzand | fijner zand als bovenste laag (vlijlaag), om de stenen vlak in te leggen |
| Brekerzand | gebroken, hoekige korrel; zet zich beter vast, ook in de voegen; liefst kalkvrij |
| Menggranulaat | gebroken puin als fundering onder een oprit of bij meer dan 20 cm ophogen |
Hoe dik
- Rond het huis, voor pad en terras: een zandbed van 15 tot 40 cm, afhankelijk van de grond (KNB).
- Onder een oprit: 20 tot 25 cm menggranulaat (Gadero).
- Bovenop: een vlijlaag van straatzand. Bronnen noemen 3 tot 5 cm (Wienerberger) of ongeveer 5 cm (KNB).
Op slecht doorlatende grond is meer nodig dan op zand (KNB). Een vast getal voor elke tuin is er niet; dat hangt af van wat we bij het inmeten zien.
Aantrillen in lagen
Zand brengen we aan in lagen van hoogstens 10 cm en elke laag trillen we apart aan; het klinkt daarbij 10 tot 15% in. Menggranulaat klinkt 15 tot 20% in (Gadero). Na het invegen van de voegen trillen we af met een lichte trilplaat met rubberen mat (KNB, Wienerberger).